Beste bezoekers, U begeeft zich in het hart van een Bioherm uit roze marmer van het Frasniaan. De steengroeve van Wayons bestaat in feite uit een fossiel rif dat actief was in het Boven Frasniaan (F2), vooraleer de afzetting van de donkere schieffers van Matagne (einde van het Frasniaan, F3) en de terrigene afzettingen van het Fameniaan plaatsvonden. .

Oude Gr?RougeOngeveer 370 miljoen jaar geleden, was het gebied waar u zich momenteel bevind, bedekt met een weinig diepe zee en de nabijgelegen continentale zone bestond uit een landtong (Caledonisch Massief van de Londen-Brabant rug) aan de kust van het Oud Continent van Rode zandsteen.

Kaart van Laurazië. In rood het Oude Continent van Rode zandsteen of Noordatlantisch continent. Tijdens het Boven Paleozoïcum lag de equator onmiddellijk ten zuiden van Laurazië.

Tijdens het Frasniaan (F2) trekt de zee noordwaarts en verslindt de laaggelegen kustgronden. Het losgekomen terrigene materiaal wordt door deze transgressie massaal afgezet in het Bekken van Dinant. De schieffers werden dus op deze wijze afgezet bovenop het immens kalksteenplateau gevormd door de koraalriffen van het Couviniaan (nu Eiffeliaan genoemd) en het Givetiaan, die het zuiden van de opgedoken Brabantse gronden afboorden.

Nochtans is het leven voor de massale afzetting van de schieffers niet gevlucht. Koralen, sponzen, stromatactis (nog slecht bepaalde instanties) en crinoïdes bouwen verder “modderige onderwater heuvels” op, door het accumuleren van terrigeen materiaal in hun extern kalkskelet

Récif biohermalDe positie van het bekken van Dinant tussen het Caledonisch Massief, het Ardeens en Brabants Massief, en de verdeling van de Frasniaan riffen binnen dit sedimentaire bekken. In geel : de méso-neodevoon afzettingen van het bekken van Dinant
In blauw : de Dinantiaan afzettingen van het bekken van Dinant

Aldus de vereenvoudigde vorming van het Wayonsrif. Dit soort rif steekt in het huidige landschap uit onder de vorm van topografische hoogten met scherpe toppen te midden van ingedrukte schieffervlaktes. Het onderwaterlandschap van het Paleozoïcum was echter iets meer bijzonder

Tijdens het Frasniaan waren de koepelvormige heuvels op een modderige bodem te bewonderen onder een geringe laag water. Deze heuvels duidden op de aanwezighed van een afgerond rif, waarvan het centrum uit skeletten van koralen, stromatactis, sponzen, brachiopodes, enz werd gebouwd met aan de periferie het bestaan van crinoïde weidden die het rif beschermden. Deze riffen zijn echte “eilandjes van leven” met een kalksteenhart, gevormd door de accumulatie, generatie na generatie van verschillende organismes.


Récif biohermal

Schematische voorstelling van een bioherm uit het Frasnien (F2i en F2j). De “open zee” kant ligt naar het zuiden. De kust, noordwaarts, ligt veel verder, en in de nabijheid van de riffen vormt zich een verhoogde bodem.

Na het Frasniaan, tijdens het Famenniaan, trekt de zee terug (regressie), verlaat de kustzones en verplaatst uitgebreide hoeveelheden terrigene afzettingen die de riffen bedekken en waardoor vasthangende rifbouwende organismen gaan verstikken (koralen, sponzen, crinoïdes, enz). De riffen zoals het Wayonsrif verdwijnen aan het einde van het Frasniaan, eerst omgeven door de Schieffers van Matagne (F3) en dan bedolven onder de Fameniaan schieffers.

Récif van Wayons

De basislijn vertegenwoordigt de bodem van de vallei en de weg van Villers-le-Gambon naar Merlemont. De ingang van de steengroeve brengt u op de westelijke kant van het rif, waar men in de doorgang de shieffers en nodulerijke schieffers kan bewonderen. De initiele stratigrafie wordt aangegeven door de opgelijnde kalknodules aanwezig in de schieffers.

N-Z profiel uit westelijk standpunt van de bioherm van Wayons en de omgevende afzettingen.

Bij het binnenkomen in de steengroeve zelf, geven de klimwegen n. 10 tot 12 de noordelijke richting aan, naar de basis van het rif. Achterin de steengroeve, naar het nordoosten, onderscheidt men met gemak een breuk, dankzij de verscheidene rotslagen die volgens een noord-zuid as verplaatst werden

Men keert zich dan in de richting van de “grote oppo”, naar het zuiden. Op de zuidoostelijke top van de steengroeve, boven de klimwegen n. 28,.29 en 30, observeert men een metersdikke laag klei- en vooral crinoïderijke kalksteen. We zitten hier aan de periferie van het rif waar zich, onder de aktie van de golven, de resten van generaties crinoïden hebben afgezet. Aan de top van deze afzetting kan men een “kalkmodder” afzetting gevormd door slijtage van de stukjes kalkskeletten waarnemen. Men vindt er soms stukjes brachiopodes, waaronder Rhynchonella. De F2i schieffers die rondom het rif werden afgezet en die een donkergroen aspect hebben zijn blijkbaar weinig fossielhoudend, in tegenstelling tot diezelfde schieffers aanwezig op andere plaatsen in de regio

Het biogeologisch bouwsel die de steengroeve van Wayons vormt verdiend alle respect van zijn bezoekers. Help ons het in goede staat te behouden